| HET BOEKENBAL 2009 - Life of an Amsterdam socialite |
| maandag, 23 maart 2009 | |
Of hoe ik er ondanks heilige voornemens toch op terechtkwam. De tijd van het Boekenbal maakt sommige mensen een beetje gek. In mijn café zoemt het meestal een week van tevoren al: 'heb jij al een kaart?' En: wie gaat wel en wie niet? Voor sommigen is het zelfs een sport: hoe kom ik er binnen? Zelf ben ik er vier jaar op rij geweest en voor het eerst in tijden had ik geen zin om moeite te doen voor een kaart. Voor het eerst in een decennium had ik zelfs helemaal geen zin. Andere prioriteiten, dacht ik. En: volgend jaar maar weer. Dan is mijn boek af en mag ik verdiend feesten. Mijn vijfde jaar sinds mijn eerste Boekenbal en er is nog steeds geen tweede boek. Helemaal geen feestelijk gevoel. Wel vond ik het eigenlijk wel lekker rustig. Niet die koortsachtige bedrijvigheid, de nacht van tevoren, die bijna paniekerige anticipatie. Bovendien was Bert (van der Veer) er niet en Hans (Enters) was er niet, geen van mijn vaste danspartners zou er dit jaar zijn. En het Boekenbal: dat is - vijfminutengesprekjes in volle gangen en zalen met iedereen die je normaal gedoseerd ontmoet voor de meeste bezoekers, maar voor mij is het dansen, de godganselijke nacht. Tot het moment dat de Schouwburgdirecteur ons de zaal uitveegt. Ik ga wel een nacht fijn schrijven, dacht ik. Ik was het heilig van plan tot mijn vriendin De Journaliste 's avonds belde: 'Heb je nog zin om wat te doen vanavond?' 'Weet je? Het maakt me eigenlijk niet uit', zei ik. 'Als jij geen zin hebt, ga ik schrijven. Maar had jij vorige week niet het plan om vanavond met mij naar Hafid (Bouazza) in Pauw & Witteman te gaan? Want dat lijkt mij ook leuk, en dan zijn we toch even op pad. Want het is toch gek... Zelfs met het heilige voornemen om niet naar het bal te gaan, zit er toch een rare kriebel in de avond.' 'Oh ja! Ik zal hem meteen bellen!' Daarna lachend: 'Daar hebben meer mensen last van die zich hebben voorgenomen om niet te gaan, weet ik toevallig.' En daarna pauzeerde ze even. 'Weet je? Het zou dan ook best kunnen dat we na afloop van de uitzending toch op dat bal terechtkomen...' Dat ik mij dat gerealiseerd had zodra ze het zei, antwoordde ik meteen. 'En die combinatie maakt kleden lastig. Want je gaat niet in een lange, monumentale avondjurk in een tv-studio zitten, natuurlijk.' Dat is stom. 'Ja, daar zat ik ook al aan te denken. Bel me maar terug als je je keuze hebt gemaakt. Kunnen we het op elkaar afstemmen. Oh, wacht, ik heb sms. We moeten om kwart over tien in De Plantage zijn, dan is Hafid er ook.' Mijn roze Versace, besloot ik uiteindelijk. Altijd-goedjurk. Met een bolerootje erop down-dressed genoeg voor een tv-uitzending en zonder altijd spectaculair dankzij de combinatie eenvoud/raffinement. Voor welk feest dan ook. Bovendien door striptekenaar JP Arends al eens vereeuwigd en de eerste jurk die ik ooit bij Spiegelbeeld kocht. Plus mijn Yves Saint Laurent laarzen van dezelfde winkel. Niet verbazingwekkend dat ook De Journaliste voor dezelfde dealer koos, Spiegelbeeld is onze beider favoriete winkel, met een roaring twenties-jurkje in zwart satijn met hoge taille en plooitjes in het rokje. Understated chic. En met lang zwart vest (van Spiegelbeeld natuurlijk) down-dressed genoeg voor tv. Om tien uur voor haar huis, spraken we af. * Het is half elf en De Journaliste is al twee keer met een pomp heen en weer gerend omdat ze een lekke band heeft. En da's niet eenvoudig op hoge hakken, kan ik je vertellen. 'Wij zijn ook altijd te laat', moppert ze. 'Het lijkt wel een scene uit Sex & The City', schater ik als ik haar over straat zie huppelen in dat nauwe rokje en op die hoge hakken. 'Maar dan Married & The City - hoewel we beiden manloos zijn vanavond.' Wat de mensen bij Pauw & Witteman wel niet moeten denken over wie we zijn, zal ze zich een dag later afvragen, omdat ze ons soms samen met Bert zien en soms met Hafid, maar altijd in deze, of soortgelijke samenstelling. Dat we partygirls zijn, of Amsterdamse socialites, zal ik dan antwoorden. 'Wat we natuurlijk ook zijn.' De pomp pompt zwaar, we pompen om de beurt, met ons hele gewicht op de pomp totdat we vrij zijn van de grond omdat we samen net 105 kilo wegen - gillend van de lach omdat het er zo suf uitziet. Dan zijn we eindelijk op weg. Het is vijf over half elf. De stad is stil, aan de hemel staat een blauwwitte maan met een hap eruit die sprookjesachtig licht over de lege grachten werpt. De nacht van het Boekenbal. Als altijd is het ook nu weer de nacht der mogelijkheden. * Het moet een uur of twee zijn. Maar pin me er niet op vast, ik heb al geen tijdsbesef als het niet de nacht van het Boekenbal is. We zitten met zijn vieren in een taxi onderweg naar de Stadsschouwburg. We, dat zijn Hafid, De Journaliste en ik en Fadime, een vriendin van Hafid die we al kenden (en beiden erg leuk vinden) en die nu redactrice is bij Pauw & Witteman. Voor de mensen die ons niet kennen: Hafid is geboren in Marokko, De Journaliste is deels Chinees, Fadime Turks en ik ben Indisch en Chinees, zeg ik altijd. Maar eigenlijk ben ik een nog grotere vuilnisbak. 'We zullen het aantal allochtonen op dat bal maar 's opkrikken', lacht Hafid dan ook. 'Want dat zal wel hard nodig zijn.' 'Wordt het tenminste eindelijk een politiek correct bal', vul ik aan. Niemand van ons heeft kaarten, dus Hafid belt zijn uitgever die wel kaarten heeft - maar die hij niet kan bereiken. 'Ik heb mijn perskaart', zegt De Journaliste. 'En jij bent Hafid Bouazza, dus jij komt er wel in.' 'En Natasja heeft haar decolleté', zegt Hafid. 'En Fadime roept gewoon: ik ben van Pauw & Witteman!', vul ik weer aan. 'TV laten ze altijd wel binnen. Dit wordt een eitje zo.' Nog voor we de rode loper hebben bereikt, hebben we al kaartjes, dankzij vrienden van Hafid. Alleen zijn het er maar drie, waarvan slechts een nog niet is afgescheurd. Desondanks is het inderdaad dat eitje: of het dankzij Hafids hoofd is of niet, we lopen zo naar binnen. 'Niet iedereen heeft kaartjes', roept de jongen aan de deur nog - maar dan zijn we Henk Kraima (directeur van het CPNB - de stichting die het bal organiseert) al tegen het lijf gelopen die meteen gebaart dat het goed is zodra hij Hafid ziet. Hafid stelt ons aan hem voor. Wat op zich wel handig is omdat ik dan gewoon kan zeggen: 'Hi Henk, leuk om je weer te zien, heb je nog een kaartje voor het Boekenbal voor me', als ik hem weer eens tegenkom. * Ik heb geen idee meer van de tijd. In elk geval zitten we op het balkon, waar een comfortabel rookterras is ingericht. Dat vroeg ik me van tevoren al af: hoe ze dat zouden doen met dat rookverbod en al die paffende schrijvers. We hebben dan al een chaotische tocht door de zalen en diverse vijfminutengesprekjes (of korter) achter de rug. Mai Spijkers (uitgever Prometheus), Jean-Marc van Tol, Janneke van der Horst, de zoon van Adri van der Heijden (Adri zelf is er niet) en Pieter Waterdrinker. Alleen met Mara Joustra (uitgeefster Oog & Blik) sprak ik langer. 'Hafid, we lijken wel je ho's', zegt De Journaliste als er een foto van ons drieën wordt gemaakt. 'Ik heb te weinig bling', zegt Hafid. Ik deel een jointje met Menno (Wigman) 'toen ik je voor het eerst ontmoette, droeg je die jurk ook', waardoor ik de rest van het gesprek mis. Zie alleen maar hoe tegenover ons Joost (Zwagerman) een vrolijk gesprek met Hafid begint (wat ik dus niet hoor omdat ik dat jointje met Menno deel). Totdat een of andere dronken eikel met een begerig oog op De Journaliste over Hafids gewichtstoename begint. Dat het komt door zijn drankgebruik, beweert hij - wat volstrekte onzin is omdat Hafid het magerst was op het dieptepunt. Bovendien: deze dronken eikel moet nodig wat zeggen. 'En wie ben jij dan wel, als ik dat vragen mag', grijnst Hafid. Dat wil hij niet vertellen. 'Ja, ik dacht, ik vraag ernaar omdat jij aan haar hetzelfde vroeg', vervolgt Hafid met een gebaar naar De Journaliste. 'Ja, maar zij is knap.' Ik werp een blik op de dronken eikel. 'En jij niet, dat is duidelijk. Maar vertel ons toch maar wie je bent, da's wel zo beleefd.' De mond van De Journaliste valt open. Ik ben namelijk nooit bot. Behalve als het moet, beseft ze nu. * De bar is dicht maar de lichten zijn nog niet aan. We zitten in het staartje van het Boekenbal - ik ben dit jaar heel efficiënt met mijn muntjes geweest, had er nog precies genoeg voor een laatste drankje voor iedereen. Ik bewaar de muntjes namelijk, omdat ik altijd nuchter ben. Letterlijk zitten we ook: in de grote zaal, genesteld in diepe rode stoelen. We, dat zijn: Hafid, De Journaliste en ik en Menno Wigman. Fadime zijn we al een tijdje kwijt. Maar dat gebeurt vaker op het Boekenbal. 'Ik heb Andre (Klukhuhn) helemaal niet meer gezien', pruilt De Journaliste. 'Ik ook niet - dat vind ik zooo jammer', jengel ik (of zoiets). 'Ik heb nog wel naar hem gezocht. Maar ik heb nog wel veel meer mensen niet gezien. Volgend jaar gaan we langer, hoor. Want ik heb zelfs bijna niet gedanst.' 'Ik heb met je gedanst', protesteert De Journaliste. 'Noem je dat dansen? Ik stond uit mijn dak te gaan en jij deed af en toe een stap.' 'Ja, vind je het gek, op deze schoenen. Ik draag nooit pumps. Mijn voeten doen zeer.' Ze trapt haar schoenen uit en raakt in gesprek met Hafid terwijl ik met Menno in hetzelfde raak. (Okay, gesprek... meer ongeorganiseerd en zonder lijn door elkaar heen bleren, maar dat is evengoed gezellig.) 'Ik zat ooit eens op mezelf te googlelen', vertelt Menno, 'en toen kwam ik ineens op jouw website terecht.' 'Dat doen we volgens mij allemaal zo af en toe', grijns ik. 'Onszelf googlelen, bedoel ik.' 'Dit was een Boekenbalverslag van, ik denk... Twee jaar geleden? Het was heel lang, geen idee hoeveel A-viertjes. Een stuk of vijftien, schat ik? En helemaal aan het eind kwam ik het gesprek tegen dat ik op het eind met jou gevoerd heb. Ik was dat helemaal vergeten, weet je dat?' 'Vond je dat lang? Van mijn eerste Boekenbal schreef ik een verslag dat wel veertig pagina's telde!' 'Je eerste Boekenbal is altijd het leukst', lacht Menno. 'Alle ballen daarna vallen daarbij in het niet.' 'Dat kun je wel zeggen', jubel ik terwijl de gebeurtenissen in dat veertigpaginaverslag weer voor mijn ogen worden afgespeeld. 'Daarom werd dat verslag van mij ervan ook zo lang. Ik heb bijna elke minuut ervan uitgeschreven. Elke handeling, elke blik, elk gesprek, zelfs de muziek die werd gedraaid. Maar deze is ook wel erg gezellig...' 'Staat dat verslag nog ergens gepubliceerd?', vraagt Menno meteen. 'Want dat wil ik wel erg graag lezen.' Ik grijns weer. 'Nou, nee. En dat houden we ook zo. Maar het staat wel in mijn tweede boek, de ingekorte, gefictionaliseerde versie is hoofdstuk 2. Dat speelt zich af op het Boekenbal, dus ik heb dat verslag maar als raamwerk voor dat hoofdstuk gebruikt.' 'Ik ben er erg nieuwsgierig naar. Ga je ook nog een verslag van dit bal schrijven, eigenlijk?' 'Nou, het is wel een traditie: dat ik dat doe. Alleen vorig jaar week ik er vanaf.' (Bij deze dus, lieve Menno. En, jawel, tadaaa: IN IETS MEER DAN VIER PAGINA'S! Dat is progressie, kan ik je vertellen) * We zitten in het staartje van het staartje van het Boekenbal. We, dat zijn: Joost (Nijsen), Jean-Marc (van Tol), De Journaliste en ik. Hafid is al vertrokken, met Fadime die ons op het eind weer vond, en ook Menno is al weg. Maar traditioneel blijf ik tot de zaalwacht of de directeur van de Stadsschouwburg ons met het oude vuil naar buiten veegt. De zaalwacht veegde ons de grote zaal uit. De directeur heb ik nog niet gezien, vandaar dat we het bal maximaal rekken op de overloop tussen trappen. Joost omhelst me. 'Ben je er de hele avond al?', vraagt hij. 'Want ik heb je eerder helemaal niet gezien.' 'Nee, niet de hele avond. We zijn eerst met Hafid naar Pauw & Witteman geweest', met een gebaar naar De Journaliste. 'Maar goed dat ik je nog even zie, want ik wilde je nog zeggen dat ik Eisner (red. Blad voor beeldverhalen van Joost's uitgeverij: Podium) echt ontzettend leuk vind.' 'Ja? Daar ben ik blij om. Ken je Jean-Marc trouwens?' Ik lach en pak Jean-Marc vast. 'Oh ja, reken maar. Al heel lang, zelfs langer dan mijn man. Want Jean-Marc en ik zijn jaren geleden samen aangekomen bij het corps.' Jean-Marc grijnst en knikt. Joost draait zich af. 'Bah, corpsballen', grapt hij. Alsof hij het heeft gehoord, zo snel staat Beau (van Erven Dorens) naast ons. 'Je moet niets geloven van wat hij zegt', zegt hij. Onduidelijk is wie hij daarmee bedoelt: Joost of Jean-Marc. Ik geloof dat hij dat zelf ook niet helemaal meer weet. Hij raakt in gesprek met De Journaliste - die het me de dag erna ook al niet meer zal kunnen navertellen. Dan komen de zaalwachten ons ook hier wegvegen. * De nacht der mogelijkheden is voorbij. Maar voor die van volgend jaar krijgt De Journaliste Boekenbalregels van me mee: 1. Tellen hoeveel wijntjes ze drinkt. 2. Haar kaartjes niet meer aan dronken eikels meegeven. Nummer 3 is voor ons beiden: niet meer onze fietsen aan elkaar koppelen en bij De Plantage laten staan. Dat was niet zo slim. We lopen naar huis - en het is maar goed dat ik mijn arm stevig om De Journaliste heb geslagen, want anders hadden we er nog steeds gelopen. Ze slingert wat veel. De stad is stil, de blauwe maan met een hap eruit staat nog steeds aan de hemel, de lege grachten baden in een bijna onaards licht, het is een adembenemend gezicht. Ik ben om vijf uur thuis - heb er bijna langer over gelopen dan ik op het Boekenbal was. Maar wat ben ik achteraf blij dat ik toch ben gegaan (en - slim of niet - dat ik de weg terug te voet heb afgelegd). Ik heb een half decennium vervolmaakt en 2009 was een superbal... Nu dat tweede boek van mij nog af. Dus nu - nu ik dit verslag traditiegetrouw heb voltooid (al is het dan wat slap geformuleerd - maar dat komt doordat ik het zo kort moest houden. Daar ben ik niet zo goed in) - ga ik als de sodemieter verder schrijven (nog een hoofdstuk en een paar pagina's van het eind verwijderd), want ik wil volgend jaar natuurlijk weer! Zodat ik verdiend kan feesten. Ik heb dit jaar namelijk te veel mensen gemist. En heb bovendien veel te weinig gedanst. * Voor Merel Barends, Bert van der Veer en Hans Enters die er dit jaar niet bij konden zijn, en voor Hafid dankzij wie wij er wel waren, en voor Menno Wigman omdat hij me ertoe geprikkeld heeft. ![]() ISBN: 9789044610062 | € 16.95 Uitgeverij Prometheus Bindwijze Gebonden Omvang 120 p. Druk 2 Verschenen 09-03-2009 Eerste druk 04-03-2009 Fonds Nederlandse fictie Toon reacties (0) - Reageer... |
Comments
Er zijn nog geen reacties op dit artikel. |








